fbpx
    • Sinds 1998
    • 1000+ cursisten
    • Al vanaf €145,-
    • SNRO geaccrediteerd
  • Embodiment

    Embodiment; aanwezig zijn in je lichaam

    ‘Embodiment’, een woord wat ik de afgelopen weken zo vaak tegenkwam dat het begon op te vallen. In mijn werk is het geen onbekend woord en is het ook niet vreemd dat we hier Engelse woorden voor gebruiken. We gebruiken embodiment, body&mind, inner grounding, etcetera. Het Nederlandse woord voor embodiment is belichaming. Soms dekken Engelse woorden de lading net wat beter maar belichaming klinkt mij ook heel erg mooi in de oren. Maar laten we eens de materie induiken. Wat betekent embodiment of hoe ervaar je je lichaam?

    Proprioceptie, interoceptie en neuroceptie

    Je lichaam zit vol met receptoren die zorgen voor proprioceptie. Proprioceptie is volgens Wikipedia “het vermogen van een organisme om de positie van het eigen lichaam en lichaamsdelen waar te nemen. Het woord proprioceptie komt van de Latijnse woorden proprius en perceptie (zelfwaarneming).”
    In je spieren, je huid, je fascia, je gewrichten overal zitten receptoren die direct aan je hersenen doorgeven wat ze ervaren. Ze hebben onder andere namen als de lichaampjes van Golgi, Ruffini, Pacini. De één voelt de druk op de huid, de ander de temperatuur, of ze voelen de spanning van pezen en spieren. In je lijf heb je overigens ook allerlei receptoren die zorgen voor je interoceptie. Daarmee voel je dat je naar de wc moet of dat je een opgeblazen gevoel hebt. Je voelt je hart kloppen of je longen ademen. Zo kun je gewoon over straat lopen zonder luier want je weet wanneer je een toilet moet bezoeken.
    Neuroceptie, om het lijstje af te maken, is een term die Stephen Porges gebruikt bij zijn polyvgaaltheorie. Hij heeft het over een verzameling van signalen die je onbewust oppikt en onbewust verwerkt. Heb je het idee dat iets niet pluis is of dat iemand achter je naar je staat te kijken? Neuroceptie!

    “Toen ik met elf maanden werd afgestaan ter adoptie, verloor ik niet alleen mijn moeder, maar ook mezelf.”

    Embodiment; aan den lijve ervaren

    Embodiment betekent voor mij een uitnodiging om zo aanwezig mogelijk te zijn in je lichaam. Dat is niet vanzelfsprekend. In mijn eigen leven heb ik dat ‘aan den lijve’ ervaren. Toen ik met elf maanden werd afgestaan ter adoptie verloor ik niet alleen mijn (biologische) moeder, maar ook mezelf. Een natuurlijk (overlevings)mechanisme die voor velen bekend is; dissociatie. Volgens de polyvagaaltheorie schakelt je zenuwstelsel automatisch terug naar een overlevingsstand die we geërfd hebben van onze evolutionaire voorouders (reptielen en eenvoudige organisme) en dat is uit je lijf stappen, je sensoriek zoveel mogelijk uitschakelen, een complete ‘shut down’. Wachten tot het over is of zorgen dat je met zo min mogelijk pijn aan je einde komt.
    Een prachtig, nuttig systeem wat eenmaal ontstaan, een vast mechanisme kan worden. Iets waar veel getraumatiseerde mensen last van hebben. Bij mij werd het een patroon waar ik bij tijd en wijle maar moeilijk onderuit kwam. Alles wat spannend was zorgde ervoor dat ik niet helemaal mezelf kon ervaren. Als ik terugkijk bedenk ik me dat mijn dissociatie zich vooral ontwikkelde in mijn pubertijd. Ik vond het lastig om discussies aan te gaan of om met mensen in de kroeg een gesprekje aan te gaan omdat ik helemaal uit contact met mezelf en dus mijn omgeving was.


    Praten met meisjes, vooral als ik ze leuk vond, was veel te spannend en dus onmogelijk. Had ik een conflict met iemand dan was ik nog weken bezig om te bedenken hoe ik met de situatie had moeten omgaan. Veel mensen dachten dat ik als jonge twintiger de hele dag zat te blowen omdat ik zo afwezig overkwam maar dat was niet het geval. Ik had geen drugs nodig om ‘te spacen’ in afwezigheid. Veel van die periode was ik fysiek aanwezig maar voor de rest zat ik in een droom- of fantasiewereld. Een wereld waar ik soms heel moeilijk uitkwam.

    Wat maakt je meer embodied?

    De neiging om te dissociëren is nog steeds goed ontwikkeld bij me, maar door veel therapie en lichaamswerk heb ik het contact met mijn lijf terug. Een bijzondere ervaring van mijn lijf was het moment dat ik mijn biologische moeder weer ontmoette. We hadden afgesproken in een park in Eindhoven waar ik op een bankje moest wachten tot ze kwam. Ik zag aan de andere kant van de vijver een mevrouw lopen die mijn kant op kwam. Op een gegeven moment kreeg ik door dat dit mijn moeder was. Toen ze enkele meters voor me was, leek het alsof mijn lijf doorkreeg dat het mijn moeder was. Mijn lijf rende op de vrouw af, mijn buik begon hevig te schudden en we vlogen huilend in elkaars armen.
    Ik heb wel eens gelezen dat de bacteriën in je buik, je microbioom van moeder op kind worden doorgegeven. En mijn buik begon zo hevig te schudden dat het voelde alsof die bacteriën hun moeder weer voelden aankomen. Na de eerste emotionele, fysieke ontmoeting herpakten we onszelf en gingen we ergens koffie drinken. Voor het eerst hoorde ik haar verhaal. Een verhaal wat ik op de weg terug voor grote delen al vergeten was. Ik was er toch niet helemaal bij en misschien mijn moeder ook niet.

    Uit je hoofd, in je lijf

    Een trauma klinkt altijd heel groot en er gebeuren uiteraard ook gruwelijke dingen, maar kleine dingen kunnen ook een grote impact hebben. Als baby zijn kleine dingen sowieso grote zaken. Even geen eten krijgen is voor een wezentje zonder tijdsbesef en totale afhankelijkheid veel indrukwekkender dan voor een volwassene. En langdurig niet de voedende ondersteuning van je ouders voelen kan ook als traumatisch worden ervaren. Uit onderzoek blijkt dat deze kinderen uiteindelijk een veel ongezondere leefstijl krijgen, meer met criminaliteit in aanraking komen en minder oud worden.

    Een gedissocieerde samenleving

    Als je om je heen kijkt zie je een samenleving met een enorme behoefte aan dissociatie. Alcohol, drugs, pijnstillers. Maar ook de bioscoop, de tv, alle social media, halen ons min of meer tijdelijk uit ons lijf. De lijst van verslavingen (met als doel dissociatie) is enorm en zorgt altijd voor een tijdelijke onthechting uit het hier en nu. Ook activiteiten die op het eerste gezicht juist heel ‘embodied’ lijken zoals sporten kunnen door of over het lichaam heen gaan. Vaak wordt sport als gezond gezien maar vooral topsport is meestal ongezond voor het lijf en kan ook een vorm van uit je lijf gaan zijn.

    Wat als je je lijf niet kan voelen?

    Dat we als levende wezens een lichaam hebben is evident en volkomen logisch; je staat ermee op en je gaat ermee naar bed. Je stopt er eten in, wat er weer uit gaat. Je beweegt ermee en het verandert gedurende je leven met je mee (of je nu wilt of niet). We denken er eigenlijk nooit bij na. Het is er gewoon. Maar in Engeland werd een man op een (voor hem) vreselijke dag wakker en hij voelde zijn lijf niet meer. Het is moeilijk in te denken wat dat betekent. Je bent je continue (onbewust) gewaar van je lijf. Je voelt je voeten op de grond of je billen op de stoel. Ik voel nu mijn handen typen en jij voelt nu dat je een blad vasthoudt. Als je zo meteen opstaat om een glas thee te halen voelt je lijf dat het opstaat en stap voor stap naar de keuken loopt. Deze man, Ian Waterman, voelde niks meer. Niet dat hij zijn pyjama aan had, dat ie in bed lag en dat zijn rechterarm rechts van zijn romp lag.

    Embodiment als proces

    Een ander interessant fenomeen is het gegeven dat het ervaren van je lijf niet helemaal gelijk hoeft te lopen met je fysieke lichaam. Volgens de Duitse filosoof Thomas Metzinger moeten we het lichaam zien als een concept wat continue van lichaamservaring kan veranderen. Als voorbeeld haalt hij ‘het rubberen hand onderzoek’ aan waarbij je echte hand onder tafel ligt en een plastic hand op de tafel. Vervolgens strijken ze beide handen met een kwastje. Je ziet dus de kwast over de plastic hand gaan en je voelt de kwast op je echte hand. Bij de volgende stap gaan ze met ‘jouw’ plastic hand verder en als ze er met een hamer op slaan, reageer je alsof het je echte hand is. Zijn conclusie: het ik is een continue proces van ons brein. Nu denken we dat dit ons lijf is, maar die ervaring van ons ik is continue in verandering en loopt niet altijd 1 op 1 gelijk met je fysieke lijf. Denk bijvoorbeeld ook aan fantoompijn. Volgens Metzinger leven we in een egotunnel. Wat we zien noemen we de werkelijkheid maar het beeld wat we zien is discutabel en subjectief. Vandaar de metafoor tunnel.

    Embodiment als levenspad

    Het heeft me enige tijd gekost en mijn vrouw merkt direct aan mijn gedrag als ik het weer te druk heb. Dan wordt ik weer wat minder aanwezig en vergeet ik gedag te zeggen of waar ik mijn telefoon heb gelaten. Maar juist door mijn start ben ik een expert geworden in dissociatie en heb ik inmiddels ook veel ervaring met de antagonist; embodiment!
    Inmiddels ben ik al vele jaren directeur van een opleidingsinstituut in massagetherapie, lichaamswerk en vele andere methodes die mensen begeleidt in het zoveel mogelijk aanwezig zijn in je lichaam. In de opleiding body & mind en de opleiding lichaamsgericht therapeut zitten de meest effectieve methodes en technieken waar ik zelf veel profijt van heb gehad. Daarbij hebben we ook gekeken wat de basisprinicipes zijn van een goed therapeut. Een vraag die ik ook steevast stel aan mijn gasten in de Esoterra podcast.
    Heb ik me zelf inmiddels gevonden? Vast niet, maar ik ben mezelf ook niet meer kwijt!

    Stefan van Rossum

    × Hoe kan ik je helpen?