Empathie; evolutionair overlevingsmechanisme

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest

Empathie is een woord wat we allemaal kennen; een containerbegrip. En het leuke van zullke begrippen is als je gaat nadenken over je eigen definitie hiervan. Empathie is namelijk een heel breed begrip en zal vooral in de nuances interessante verschillen opleveren. In de opleiding massagetherapeut laten we onze studenten altijd nadenken over hun eigen definitie van emapthie. Op de dag van de empathie (3 mei) staan we eens stil bij empathie en maken we een rondje langs verschillende benaderingen van empathie.

Empathie is een belangrijk begrip in het vak van massage en therapie en is bijvoorbeeld een van de sleutelbegrippen van de Rogeriaanse vaardigheden, waarover later meer. Eerst gaan we empathie fenomenologisch bekijken.

Empathie; een fenomenologische benadering

Empathie is het vermogen om je te kunnen inleven in een ander wezen. Mensen zijn er heel goed in maar niet uniek. Ook (zoog)dieren hebben een bepaalde mate van empathie. Als we het hebben over empathie denken we meestal aan het emotionele inlevingsvermogen maar je hebt ook het vermogen om je hele zelf, je gevoel van zelf te verruimen of te verplaatsen in anderen en zelfs in objecten.

Dat klinkt heel vaag maar we doen het vrijwel dagelijks. Denk maar aan het voorbeeld waarbij je een kleuter op je schouders zet en rond gaat lopen. Je verruimt je gevoel zodat je weet dat je moet bukken om niet het kind tegen de tak van de boom of de muur boven de deur aan te laten botsen. Ook als je goed kunt inparkeren met je auto kun je je gevoelswaarneming verruimen en weet je precies waar de hoek van de auto voelt ten opzichte van de andere auto.

Thomas Metzinger

Thomas Metzinger is een wetenschapsfilosoof en houdt zich o.a. bezig met vraagstukken over artificial intelligence. En als we het, vanuit zijn oogpunt, over empathie hebben begint het verhaal met een rubberen handschoen.

Het begin van zijn onderzoek komt neer op de test waarbij je een van je handen niet meer kunt zien maar waar je hand zou moeten zijn, ligt een rubberen hand(schoen). Daarachter ligt je echte hand. Over beide handen (de verborgen echte en de rubberen) wordt dan met een penseel gestreken en op een gegeven moment lijkt het of de rubberen hand van jou is. De volgende stap is dat ze iets met je rubberen hand doen wat dan voelt alsof het jou wordt aangedaan.

Phenomenal self model

Thomas Metzinger heeft het over het ‘phenomenal self model’ (een Nederlandse vertaling kan ik niet vinden). Marjan Slob, filosoof en schrijver legt uit wat zijn idee is: Onze hersenen ….verzamelen informatie die via onze zintuigen uit de fysieke wereld tot ons komt en stellen daaruit een beeld samen. Dat beeld noemen wij de werkelijkheid. Waarschijnlijk is dat beeld behoorlijk wazig, en wel om twee redenen: de resolutie van ons beeld is niet zo hoog, en grote stukken van de fysieke werkelijkheid vallen buiten ons bereik en krijgen we  dus niet in beeld. Vandaar die metafoor van de tunnel: met het model van de wereld dat onze hersenen creëren boren we als het ware een tunnel door de werkelijkheid. Het typische van mensen (en waarschijnlijk ook van een flink aantal dieren) is dat wij dat beeld beleven. De wereld verschijnt op een of andere manier aan ons innerlijk oog. Zij verschijnt echter niet als beeld, maar doet zich voor als de realiteit. Als mens heb je volgens Metzinger de krachtige ervaring dat ‘je je niet in een tunnel bevindt, dat je direct en onmiddellijk in contact staat met de externe werkelijkheid’. Vanwaar eigenlijk, vraagt Metzinger zich af, die verdubbeling van de wereld in een innerlijk beeld ervan dat we op een of andere manier beleven? Goed beschouwd is hier immers iets wonderlijks aan de hand. We zouden ook simpelweg kunnen reageren op impulsen uit de omgeving zonder dat wij ons een innerlijke voorstelling van onze omgeving vormen – en onze reacties zouden evengoed best heel complex en intelligent kunnen zijn. Waarom zijn we ons dan toch bewust van de wereld? Hier komt het er op aan wat we onder bewustzijn verstaan. In de formulering van Metzinger is bewustzijn ‘weten dat je weet terwijl je weet’. Heel vaak zijn we ons niet bewust van de beelden die onze hersenen vormen. Dan doen we gewoon wat we moeten doen en dat gaat ons meestal prima af. Als je veel met een toetsenbord werkt, weten je vingers de toetsen na een tijdje blindelings te vinden. Je hoeft je dan niet meer bewust te zijn van de ‘kaart’ die de hersenen van het toetsenbord hebben aangemaakt. Maar soms is een bewuste representatie handig, namelijk als je niet precies weet wat er het volgende moment zal gaan gebeuren.

empathieSociale dieren zoals mensen komen vaak in dit soort onbestemde situaties terecht. Je vraagt je bijvoorbeeld af wat dat lachje van die man betekent en hoe je daar het beste op kunt reageren. Of je probeert in te schatten of die fietser nog door het rood zal sjezen op het moment dat jij wilt oversteken. In zo’n geval integreren je hersenen allerlei verschillende soorten kennis (over typen fietsers, over je eigen reactievermogen, over je mate van haast, over uitwijkmogelijkheden in de omgeving) en simuleren die voor je in één model, zodat jij samenhang ervaart in de situatie waarin je verzeild bent geraakt. Precies die samenhang maakt dat je je bewust bent van de wereld. Je kunt nu je aandacht richten op dat beeld in al zijn facetten en vervolgens bedenken hoe je het beste kunt reageren. Dat vergroot je overlevingskansen. En dat is al dat extra calorieverbruik van je hersenen wel waard.

Wil je meer lezen over Metzinger, klik hier.

Spiegelneuronen

Met iemand meeleven betekent niet dat jij en de ander precies hetzelfde gevoel ervaren. In plaats daarvan simuleren jouw hersenen imiteren op een bepaalde manier wat de ander voelt. Het hersennetwerk dat bekend staat als de ‘pijn-matrix’ komt in actie als we zelf pijn voelen, maar ook op het moment dat we iemand anders zien in een situatie die pijn veroorzaakt. Dat gebeurt ook met gevoelens van walging: zelf walging voelen en iemand anders zien walgen gaan gepaard met activiteit in dezelfde hersengebieden.

Een recent onderzoek van Christina Keyser heeft aangetoond dat we ons beter kunnen inleven in een ander op momenten dat we minder afgeleid zijn en ons goed kunnen concentreren op andermans probleem. Proefpersonen keken naar foto’s van mensen in nare of droevige situaties, zoals ontslagen worden of een begrafenis. In één onderdeel van het onderzoek werd de proefpersonen gevraagd zich voor te stellen hoe de persoon op de foto zich zou voelen, en in een ander onderdeel moesten ze tegelijkertijd een achtcijferig nummer onthouden.

Op het moment dat er meer van het aandachtsvermogen werd gevraagd werd er bij mensen die van zichzelf al minder invoelend waren minder empathie waargenomen in de hersenen. Mensen die een sterk invoelend karakter hadden konden zich daarentegen wel goed inleven in de persoon op de foto, ondanks de afleidende cijfertaak. De conclusie van de onderzoekers was dat de invoelende reactie meer automatisch verloopt bij mensen die van zichzelf empathischer zijn.

In een recent onderzoek is gekeken naar de manier waarop mensen reageren op de pijn van een ander in situaties die normaal gesproken geen pijn veroorzaken. Proefpersonen keken naar foto’s van handen die werden aangeraakt met zachte voorwerpen. Er werd hen verteld dat de mensen op de foto’s leden aan een zeldzame ziekte, waardoor het voor hen pijnlijk was om met een zacht voorwerp te worden aangeraakt. Aan de proefpersonen werd gevraagd zich in te leven in de pijn van de mensen met deze zeldzame ziekte. Het onderzoek vond dat de ‘pain matrix’ van de proefpersonen ook in deze situatie in actie kwam. Dit wijst erop dat we in staat zijn mee te leven met mensen die pijn voelen in situaties waarin we zelf het tegenovergestelde zouden ervaren.

Zoals je ziet wordt ons empathisch vermogen beïnvloed door meerdere factoren. Al met al blijkt dat we ons beter kunnen inleven op het moment dat we echt stilstaan bij het probleem van een ander, de tijd nemen om ons voor te stellen hoe diegene zich voelt en erkennen dat er voor hem of haar daadwerkelijk een probleem is. Als we dat doen werkt empathie zelfs in situaties waarin we zelf heel anders zouden reageren.

Bronnen:

Blurren

In de podcast ‘behaarde apen’ van het NRC werd ingegaan op dit nieuwe model van het zelf en werd er gesproken over ‘blurring’. Een ver waarbij de grenzen van je zelf, je perceptie vertroubelen en vervagen met een ander of een object. Het vervolg van de rubberhand methode is namelijk om met VR (virtual reality) brillen te experimenteren. Daaruit bleek onder andere dat deze VRbrillen ook empathie kunnen versterken. Zo bleek het moeilijk racistisch te blijven als je net in je virtuele ‘leven’  geen blanke was maar een zwarte man.

Voor massagetherapeuten is blurren een bekend verschijnsel. Soms is het moeilijk de grenzen te voelen tussen jouw lijf en het lijf van je cliënt. Je kunt helemaal verdwijnen in een ander lichaam en je kunt via de schedel contact maken met andere lichaamsgebieden. Dit wordt o.a. ook gebruikt bij cranio-sacraal en myofascial release.

Soms kan dit zelfs hinderlijk worden als je niet goed weer terug bij je eigen lijf kunt komen. Dan kan het voelen alsof je niet helemaal (goed) in je lijf zit.

Luister de NRC podcast  ‘onbehaarde apen’ over blurring. 

Polyvagaaltheorie en empathie

empathieHet fylogenetisch meest recente onderdeel van het zenuwstelsel van zoogdieren bevordert sociaal gedrag en heeft een gezicht-hartverbinding, waarin de neurale regulatie van de dwarsgestreepte spieren van ons gezicht en hoofd neurofysiologisch is gekoppeld aan de neurale regulatie van ons hart. Volgens de polyvagaaltheorie zorgt die gezicht-hartverbinding bij mensen en andere zoogdieren voor een geïntegreerd sociale betrokkenheidssysteem dat ‘veiligheidssignalen’ afgeeft en oppikt bij soortgenoten via gezichtsuitdrukkingen en vocalisaties. Binnen dit model is onze manier van kijken, luisteren en vocaliseren een informatiebron voor andere mensen, zodat ze kunnen beoordelen of we veilig te benaderen zijn.

Sociale wezens als mensen zijn dus gebaat bij een sterk inlevingsvermogen. Fysiek en emotioneel. Het is af en toe van levensbelang om te weten hoe andere mensen zich voelen. De polyvagaaltheorie gaat er vanuit dat je in je lijf allerlei sensoren hebt die invoelend zijn. Een deel van de nervus vagus loopt aan je buikzijde van je hersenen naar je gezicht, je hart en buik. Het ventraal vagale systeem ontwikkeld zich in de kindertijd en zorgt voor afstemming. Bewust maar vooral onbewust weet je hoe je omgeving er sociaal gezien bij zit. Je stemt continue af en je zorgt ervoor dat je ‘in de groep past’ Het ventrale systeem heeft overigens efferente en afferente zenuwen. De ene zend signalen van de hersens in het lijf en de afferente zend signalen terug. De afferente zenuwen geven dus informatie uit het lichaam aan het hoofd. Hiermee is de uidrukking ‘je onderbuikgevoel’ wetenschappelijk verklaard door de polyvgaaltheorie.

Carl Rogers

Carl Rogers was een Amerikaanse psycholoog en therapeut. Zijn cliëntgerichte benadering op basis van zelfbeschikking en empathie is nu vanzelfsprekend, destijds was het nieuw. De Rogeriaanse visie heeft sterk humanistische kenmerken.

Kenmerkend voor Rogers opvatting is dat de mens als ervarend wezen wordt gezien. Mensen kunnen niet tot ‘objecten’ worden teruggebracht. Een therapeut zou zijn cliënt dan ook niet van buiten af moeten analyseren maar zich moeten inleven. De mens is een uniek individu, geen classificeerbaar ‘ding’. Deze opvatting kan typisch humanistisch worden genoemd. Ook typisch humanistisch is Rogers positieve mensvisie. Zo gaat de psychoanalyse van Freud ervan uit dat de mens gestuurd wordt door primitieve driften terwijl Rogers meent dat mensen de aangeboren neiging tot zelfverwerkelijking heeft.

Rogers hulp had de vorm van belangstellend en empathisch volgen van de gedachtegang van iemand. Empathie werkt beter dan sturen, laat staan adviseren. Door de absolute acceptatie van de gedachtegang van een cliënt door een warme en betrokken therapeut, wordt de cliënt aangemoedigd zijn eigen ideeën te ontwikkelen en te volgen. Op die manier kan deze zich als persoon ontplooien zonder gehinderd te blijven door angsten en remmingen uit eerdere ervaringen. Ook werd met deze begeleiding het vermogen tot persoonlijk en empathisch contact met anderen versterkt.

Wil je meer lezen over Carl Rogers, klik hier.

Brené Brown over empathie

In de opleiding massagetherapeut werken we ook met literatuur en werkopdrachten van Brené Brown.

Brown benadrukt het verschil tussen empathie en sympathie. Zij gebruikt daarvoor de vier eigenschappen die Theresa Wiseman benoemt als noodzakelijk voor goede empathische vaardigheden.

empathie1) Perspectief: ‘De wereld zien zoals de ander de wereld ziet. Dit wordt ook perspectief nemen genoemd. Besef dat jouw visie over hoe je naar de wereld kijkt, niet dé visie is op de wereld is dat iedereen deelt, maar één visie.

2) Niet oordelen: Dit is voor ons alleen een grote uitdaging, want dat doen de meeste allemaal wel eens. We hebben de neiging om zelf ook te oordelen als we ons schamen, bang of ongerust zijn. Veel besproken thema’s zijn verslaving, opvoeding en vreemdgaan. Het is vaak een vicieuze cirkel. Als we zelf gekwetst worden, dan gaan we anderen veroordelen om onszelf weer beter te voelen. Wanneer iemand oordeelt, zie je het vaak al aan de lichaamstaal of je hoort het in iemands stem.

3) ‘De gevoelens van de ander begrijpen: we moeten in contact staan met je eigen gevoelens en emoties, en daarvoor is het nodig dat je je op je gemak voelt in de grote wereld van emotie en gevoel.’ Voor veel mensen voelt dit vreemd aan. ‘Als je angst niet kunt herkennen en benoemen als je die emotie zelf voelt, hoe kun je dan empathisch verbinden met iemand die bang is? Het is vaak moeilijk om emoties te herkennen en nog lastiger om ze te benoemen.’

4) Kenbaar maken dat jij de gevoelens van die ander begrijpt: Om te laten zien dat je de gevoelens van de ander begrijpt, koppel je de emotie en de behoefte achter de boodschap terug. Dit valt niet mee! We stuntelen er vaak mee. Een techniek om verbinding te maken met de ander is zoekend peilen naar de emoties en behoeften van de ander. Bijvoorbeeld als iemand een verwijt of een oordeel uit. Een vraag zou kunnen zijn: “ Voel jij je … omdat je behoefte hebt aan?” Dit kan kunstmatig aanvoelen in het begin, maar het gaat vooral om de intentie en niet om de techniek. Je laat als luisteraar zien dat je er met aandacht voor de ander bent. Als luisteraar geef je indirect aan dat je wil weten hoe die ander zich voelt en nodig heeft. Het geeft een kader om zonder te oordelen wat er voor de ander belangrijk is. Deze manier van vragen heeft het effect dat je nog scherper een beeld krijgt hoe die ander zich voelt en dat de spreker dingen herhaalt en nieuwe informatie uitspreekt. Blijkt het dat je de gevoelens van de ander niet begrepen hebt. Geen nood. ‘Empathie gaat niet alleen om woorden, het gaat om helemaal betrokken zijn bij iemand en iemand willen begrijpen.’

 

Bron:

Gerelateerd lesaanbod

Geef een antwoord